|
Artículos de la prensa internacional en los años que rodean a la beatificación de Josemaría Escrivá por Juan Pablo II Enlaces |
Angelo Card. Felici - Edward Nowak, Prefecto y Secretario de la Congregación de las Causas de los Santos, 13-22.5.92 (edición diaria y suplementos semanales)
Texto
te oordelen wordt ook geleverd door zijn geschriften. Die -van de dienaar Gods Josemaria Escriu a de Balaguer zijn onderzocht door vier theologen-censoren. Twee voor de gepubliceerde • zaken en twee voor de onuitgegeven geschriften. In citaat hier enige oordelen: - Escriv a bezit de kracht van de klassieken; de aard van een kerkvader; - in de' geschiedenis van de spiritualiteit blijft hij op het niveau van de grote figuren van de traditie; - men kan erkennen dat deze geschriften hebben vooruitgelopen en geanticipeerd op de belangrijker beslissingen van Vaticanum II; zij hebben het ideaal van een christelijk gemeenschappelijk leven gepresen teerd in een rijp en vruchtbaar contact met het evangelie, zoals tot nu nooit eerder in de geschiedenis van de Kerk was voorgekomen; - de geschriften documenteren de hoogtepunten van mystiek leven zoals door hem werd bereikt vanaf zijn jonge jaren; - het voorbeeld en de boodschap van de stichter van Opus Dei dringt zich in alle duidelijkheid op als een gave van de Heilige Geest aan de Kerk. Betreffende de documentatie, aangeboden door enkele theologische consultoren, eveneens enige citaten: - het bewijzend apparaat van deze zaak is van zo'n rijkheid, dat men niet meer kan verlangen; - de studie van de .proces-akten toont de onberispelijke gestrengheid aan waarmee deze zaak gevoerd werd; - wij hebben een buitengewone hoeveelheid gegevens in handen, die ons behulpzaam zijn om een zeker oordeel te doen rijpen over een persoon van buitengewoon formaat; - de rigoreuze en gedetailleerde documentatie ook van de kleinste dingen, laat geen mogelijkheid van onduidelijkheid over, en ondanks dat sommigen het er niet mee eens zijn, verleent het een betrouwbaarheid en een geloofwaardigheid aan de gehele expositie; - het vooronderzoek blijkt uitputtend: de afgeleide notities omvatten de gehele hoop van het leven van de dienaar Gods en in het bijzonder valt de kwaliteit van de teksten op van de getuigen, die gehoord zijn. De convergentie en de expliciteit van het getuigenis over de door de dienaar Gods bereikte heldhaftigheid in het beoefenen der deugden heeft een definitief karakter en bewijs. Onderzoek door de congregatie De laatste zitting van de kerkelijke rechtbank had op 8 november 1986 plaats te Rome. Er ging een decreet uit over de geldigheid van de processen en op 3 april 1987 werd een relator aangewezen, pater Ambrosius Eszer OP. Onmiddellijk daarna begon een groep, van specialisten in de theologie, het kerkelijk recht en de;kerkgeschiedenis, in sa - meewerking n^étra infoirnatica-specialisten aan de uitwerking van de "positio" over de deugden, dat wil zeggen: de thematische uiteenzet ting van de resultaten van het pro ces. In de presetltatie daarvan bevestigde de relator van de congregatie: "Wij hebbeì de fundamentele overtuiging van de volledigheid van deze uiteenzetting: eventuele aanvullende studies zullen geen verrijking betekenen voor het oordeel, dat de consultoren uit het voorliggende materiaal kunnen afleiden, dat gepresenteerd is om tot een zekere evaluatie te komen van de heldhaftige beoefening der deugden door de dienaar Gods". De uiteenzetting werd aan de congregatie overhandigd in juni 1988 en werd in mei 1989 door deze toevertrouwd aan de theologische consultoren ter bestudering. Zo'n tijdsruimte is geen uitzondering, zeker wanneer men weet dat de zaak reeds twee processen had gehad betreffende veronderstelde miraculeuze gebeurtenissen op voorspraak van de dienaar Gods Josemaria Escrius de Balaguer. Na zes maanden, op 19 september 1989, vond de bijzondere vergadering van de consultoren plaats onder voorzitterschap van dee algemene promotor van het geloof. De theologische consultoren werden overeenkomstig het reglement aangesteld door het secretariaat van het dicasterium samen met de promotor van het geloof en wegens de belangrijkheid van de zaak ook na de kardinaal prefect gehoord te hebben. De congregatie moest zich vervolgens bezig houden met het vormen van een objectief oordeel. Twee consultoren hebben op uitstel aangedrongen. Hun argumentaties zijn onderzocht door de relator. Een van de stemmen, die wilde uitstellen, is niet gepubliceerd omdat de uitbrenger van die stem niet heeft deelgenomen aan de discussie: van de consultoren; Hier enkele oordelen van de andere theologische consultoren: - ik beschouw het als providentieel dat de zaak van deze dienaar Gods een eind bereikt in een zo buitengewoon snelle tijd, minder dan 15 jaar na zijn dood; men ziet hem als een onverschrokken apostel en een zeer trouwe dienaar van de Kerk; - de veelzijdige en gigantische figuur van de dienaar Gods blijft bewonderenswaardig en de Voorzienigheid wordt spontaan bedankt omdat zij voor deze eeuw, die ten einde loopt, de tegenwoordigheid van een priester en stichter heeft voorbehouden, die volledig een van de fundamentele onderwijzingen van Vaticanum II belichaamt, namelijk de universele roeping tot heiligheid, en dat hij een apostel en een onvergelijkbaar voorbeeld is geworden; - ik geloof dat de dienaar Gods een grote gave is aan de Kerk van onze tijd; ik zie in hem een grote leermeester van het geestelijke leven, niet alleen voor de gelovigen, maar ook voor de clerus en voor de religieuzen in deze toch wel kritieke tijd in het leven van de Kerk. De gewone congregatie van de kardinalen en bisschoppen sprak zich in de zitting van 20 maart 1990 unaniem uit over het heldhaftig beoefenen: der deugden. De relatief korte tijd tussen 4e' dood van de dienaar Gods en de discussie over de heroicitas virtutum is in overeenstemming met de huidige norm, die niet meer zoals voorheen een periode van vijftig jaar voorschrijft eer een dergelijke discussie door de congregatie gevoerd kan worden. Overigens ook met de vroegere norm van vijftig jaar als tussenliggende periode waren er uitzonderingen mogelijk: zoals voor de heilige Francesca Xaveria Cabrini, die 21 jaar na haar dood werd zaligverklaard en Theresia van Lisieux, die respectievelijk 26 jaar na haar sterven werd zalig verklaard en reeds twee jaar daarna werd verheven tot heilig als Theresia van het kind Jezus. De verklaring van het wonder Het wonder dat werd aangeboden voor zaligverklaring werd in 1976 geverifieerd en het desbetreffende proces werd in 1982 gevoerd door de curie van het aartsbisdom Madrid. De vergadering van de medische raad over hei vermeende wonder had plaats op 30 juni 1990. Er is gezegd dat een van de medici van de raad verbonden is aan het Opus Dei. Hierin steekt niets bijzonders. Immers, wanneer het gaat om het onderzoek van het heldhaftig beoefenen der deugden van een dienaar Gods, is een lid van de orde of congregatie waartoe deze heeft behoord onder de consultoren aanwezig. In het geval van het wonder waren behalve de medici ook de secretaris en de onder-secretaris van de Congregatie aanwezig, evenals de algemeen promotor van het geloof en een official ad hoc. Van de andere kant, zowel de doktoren als degenen die bij deze zitting aanwezig waren, alsook de consultoren-theologen zijn gebonden door de eed, die eengarantie van objectiviteit is. Ook de daarop volgende vergadering van consultoren-theo logen op 14 juli 1990 sprak zich unaniem uit over de authenticiteit van het wonder, zoals de gewone congregatie van kardinalen en bis schoppen eveneens deed. Tenslotte, aldus de verklaring van de Congregatie voor de Zaken der Heiligen, merken wij op, dat alvorens verder te gaan met de zaligverklaring, de heilige vader aan een speciale commissie de taak heeft toevertrouwd om te verifieren of hij met deze zaligverklaring rustig kon verder gaan. Ook deze commissie heeft na rijp overleg een gunstige mening gegeven voor de voorziene viering van de zaligverklaring op 17 mei. Conocer el Opus Dei |