|
Artículos de la prensa internacional en los años que rodean a la beatificación de Josemaría Escrivá por Juan Pablo II Enlaces |
Angelo Card. Felici - Edward Nowak, Prefecto y Secretario de la Congregación de las Causas de los Santos, 13-22.5.92 (edición diaria y suplementos semanales)
Texto
NIEUWE ZALIGE 'BELICHAAMT UNIVERSELE ROEPING TOT HEILIGHEID' Congregatie publiceert document over zaligverklaring mgr. Escrivà Katholiek Nieuwsblad vrijdag 15 mei 1992, pagina 2 Nederland Van onze correspondent VATICAANSTAD - "Zoals bekend wordt op 17 mei de eerbiedwaardige dienaar Gods Josemaria Escriu a de Balaguer zalig verklaard. De bekendmaking hiervan heeft vreugde veroorzaakt niet alleen bij de mensen die bij het Opus Dei horen, dat gesticht werd door de dienaar Gods, maar ook bij allen die bekend zijn met zijn spiritualiteit en zijn werk". Zo begint een verklaring van de Congregatie van de Zaken der Heiligen, ondertekend door de prefect, kardinaal Angelo Feliéi en de secretaris mgr. Edward Nowak, die drie dagen voor de viering van betreffende zaligverklaring werd uitgegeven. Een zeer opvallende zaak, vindt de congregatie zelf ook. De reden van dit uitgebreide exposé aan de vooravond van de zaligverklaring is niet gelegen in het gegeven dat er stemmen "tegen" de zaligverklaring zijn opgegaan, "want dat was te voorzien gezien de verspreiding van de leden van het Opus Dei en van de werken die zij ontwikkelen ten dienste van de Kerk", aldus de verklaring. De reden is dat "er ook enkele insinuaties zijn geweest over de gevolgde procedure door de Congregatie van de Zaken van de Heiligen". En die insinuaties worden nu volledig afgewezen door de congregatie omdat ze "op geen enkel fundament zijn gegrond". Daarom zet het departement van kardinaal Angelo Felici en mgr. Edward Nowak de gang van zaken rond de zaligverklaring nog eens op een rij. De fase van de inleiding van . de zaak. Na de dood van de dienaar Gods, op 26 juni 1975, verspreidde de faam van heiligheid, die hij reeds had bereikt tijdens zijn leven, zich meer en meer. In de vijf daaropvolgende jaren verzamelde de postulatie vele getuigenissen over de gefundeerdheid van zijn faam en de uitbreiding daarvan in twee boekdelen van 428 en 390 pagina's. Dezelfde postúlatie publiceerde een ander deel met daarin een verslag van zo'n 1500 mensen, die op de voorspraak van mgr. Josemaria Escriu a de Balaguer begunstigd waren. Op dit momen ebben de.schrifteljj~tç getuigenissen van gunsten en genaden door toeJïoen 'IäII zijn voorspraak ontvangen, het aantal van 70.000 bereikt. Daarbij werden aan de heilige vader zo'n zesduizend brieven geschreven o.a. door 69 kardinalen, 1.228 bisschoppen en 41 generale oversten van orden en religieuze congregaties. Bovendien ook nog eens door een aantal staatshoofden en regeringsleiders, die de dienaar Gods persoonlijk hebben gekend of die minstens voldeden aan de voorwaarden, zoals voorzien zijn in de Instructie van de Congregatie van de Riten van 15 januari 1935. Het Motu proprio Sanetitas Clarior, dat vanaf 1969 tot 1983 geldig was, stelde vast - zoals ook in de normen die nu van kracht zijn is voorzien - dat om het voortbestaan en de bestendigheid van de faam van heiligheid te kunnen vaststellen, een "causa" of zaak niet eerder kan worden begonnen dan nadat vijf jaar vanaf de dood van de dienaar Gods zijn verlopen. De zaak van mgr. Josemaria Escriu a de Balaguer is begonnen op 19 februari 1981 en dus na de wettige tijdsperiode, die is voorzien. De begin-fase. Over het leven en het beoefenen der deugden van de dienaar Gods zijn vanaf mei 1981 tegelijkertijd twee processen gevoerd, een te Rome en het andere te Madrid. Dit laatste was bestemd voor de getuigenissen in de Spaanse taal. Volgens de praktijk, die toen gold, werden de gedetailleerde formuleringen van de ondervragers voorbereid door de Congregatie van de Zaken van de Heiligen, waarin ook kritieken waren opgenomen van tegenstanders, die tegen dé dienaar Gods hadden gepubliceerd, kritieken die door de postulatoren waren afgegeven. Er werden 980 zittingen gehouden met het horen van 92 getuigen, die mgr. Josemaria Escriv'a de Bala guer persoonlijk hebben gekend. Voor het horen van een van de getuigen waren zestig zittingen nodig en de proces-verklaringen omvatten zo'n 11.000 pagina's. Bovendien heeft een onderzoek plaatsgevonden in 390 archieven en is de documentatie daarvan verzameld in elf boekdelen. Verder zijn onder de getuigen zowel buitenstaanders als leden van Opus Dei gehoord. Dan had de postulatie ook de zorg om de namen van personen te signaleren, die duidelijk tegen deze zaak waren en een aantal van hen voor te stellen ter ondervraging door de kerkelijke rechtbank. Een van deze "anti-causa"- personen is door de reçh bánlG, uitgéslalt~ß~,:.om $étuige nis af te leggen, omdat de betreffende reclìtbank hérh voor onbetrouwbaar hield en ongeschikt om voor een kerkelijk tribunaal te verschijnen. Deze beslissing werd met goedkeuring van de Congregatie van de Zaken van de Heiligen genomen. Een bewijs van groot belang om over de heiligheid van een persoon Conocer el Opus Dei |